Kunnen of kennen?

Selecteer het juiste antwoord.

1. het dat ik hem ?
2. je mij de weg naar de Utrechtse straat wijzen?
3. Wie Katmandu op de kaart aamwijzen?
4. Nu hij dement wordt, hij steeds minder onthouden.
5. De meisjes wel verdwaald zijn.
6. Wat ik daar nu aan doen?
7. Zij heeft hem weleens ontmoet, maar ze hem niet goed.
8. Mijn moeder geen Italiaans spreken.
9. De lerares spreekt heel goed Duits en Frans, maar Noors ze maar matig.
10. u mij de weg naar Hamelen vertellen?
11. Hij alle platen van The Beatles uit zijn hoofd.
12. Ik je nu niet helpen, want ik moet naar school.
13 Ze de boom in.
14. Je van mij de pot op.
15. Een potje bij iemand breken.
16. Zij hem niet uitstaan.
17. Hoelang wij elkaar al niet?
18. Daar hij toch niets aan doen!
19. Het niet zo zijn dat al die verzorgingshuizen gesloten worden.
20. Je best wel wat beter je best doen.