Hoofdletters en leestekens

Schrijf de zinnen met hoofdletters en leestekens.
Schrijf alleen de gemarkeerde woorden (met leestekens) opnieuw!
Gebruik de hintknop als je er niet uitkomt.

1. mevrouw van den bosch-van wijnen
gaat op wintersport in de franse plaats tignes
2 na het eten zei harry
ik laat nog even de hond uit
3. het gedichtenbal vindt dit jaar op
30 januari
in paradiso plaats
4. s hertogenbosch is de hoofdstad van
noord brabant
5. Tijdens het avondeten riep hij bah ik lust geen spruitjes
6. laat maar zei hij ik doe het zelf wel
7. Hij wil niet naar Spanje daar is het hem te warm
8. wat ga jij in augustus doen
9. met pinksteren gaan wij naar het noordoosten van groningen
10. t lijkt wel of meneer van balen het nooit leert.