Oefening bijwoordelijke bepaling

Noteer de bijwoordelijke bepalingen. Als er geen bijwoordelijke bepaling in de zin staat noteer dan geen.
Als je denkt dat er minder bijwoordelijke bepalingen in de zin staan dan het aantal gaten, vul dan in één of meer gaten
geen in.

1. Ik ga met de camper naar Spanje.

2. Met goed weer gaan we altijd in de Waal zwemmen.

3. Vroeger speelden we vaak op straat.

4. De verliezers kregen een leuke verrassing van de voorzitter.

5. In verband met het onderzoek zette de recherche het strand af met hekken.

6. Het Nederlands vrouwenelftal verloor in Helsinki in de laatste minuten van de verlenging de have finale.

7. Volgende week heeft deze supermarkt weer leuke aanbiedingen.

8. Komen jouw ouders morgen ook op de ouderavond?

9.In de buurt van Lelystad ontdekte de politie gisteren bij toeval een wietplantage.

10. Morgen beginnen de lessen weer om half negen.