Oefening 2 Engelse werkwoorden

Noteer de derde persoon enkelvoud (hij, zij en het) in de tegenwoordige tijd (t.t.) en het voltooide deelwoord van het werkwoord.

werkwoordbetekenishij/zij/het (t.t)voltooid deelwoord
1. crashenineenzakkencrashgecrash
2. bingoënbingo spelenbingoogebingoo
3. beachvolleyenstrandvolleybal spelenbeachvolleygebeachvolley
4. managenbesturenmanaggemanag
5. teambuildende onderlinge band versterkenteambuilgeteambuil
6. debatendiscussiërendebatgedebat
7. stalkeniemand steeds lastigvallenstalkgestalk
8. spurtenrennenspurgespur
9. stagedivenvanaf podium het publiek induikenstagedivgestagediv
10. skeelerenrolschaatsenskeelergeskeeler
11. wordfeudenwordfeud spelenwordfeugewordfeu