Oefening 3 hun of hen ?

Selecteer het juiste woord.

1. Ik beval het laatse boek van Tommy Wieringa aan.
2. De kok van restaurant De Librije bediende zelf.
3. Tot voor kort coachte Louis van Gaal .
4. Dat gegooi met vuurwerk werd niet in dank afgenomen.
5. Ik ben erkentelijk voor mooie woorden.
6. De burgemeester feliciteerde met lintje.
7. Er is veel aan gelegen ook te komen.
8. Mijn dochter hield een tijdje gezelschap.
9. Wij dragen een warm hart toe.
10. Die subsidie heeft uit de brand geholpen.
11. De laraar peperde het in.
12. Het is niet allemaal komen aanwaaien.
13. Zijn taalgebruik irriteerde wel vaker.
14. De lerares liet voelen wie de baas was en las flink de les.
15. De fysiotherapeut masseerde langdurig.
16. Naarmate de tijd vorderde, ontgroeide ik .