De spelling van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd

Vul de juiste vorm van het werkwoord in.
Gebruik de hintknop als je er niet uitkomt.

1.Als je goed nadenken , komen je er wel uit.
2.Ik ruiken hier al dat de pizza aanbranden .
3.De kachel branden eindelijk goed.
4.Ik wil niet dat mijn vader me overhoren .
5.Dat meisje giechelen al als je haar aankijken .
6.Melden jij even dat ik wat later komen .
7.De racewagen zoeven voorbij.
8.Zij beven al als ze een spin zien .
9.Het bevreemden me dat je dat niet snappen .
10.Hij verzenden de kaartjes altijd op tijd.
11.Roken benadelen je gezondheid.
12.Albert Heijn verbouwen de supermarkt al weer.
13.De dokter spoeden zich naar het ongeval.
14.Als hij niet vaker baden dan lopen zijn gezonheid gevaar.
15.Het ballet dansen vanavond het Zwanemeer.