Spellingtoets

Schrijf de werkwoorden in de goede vorm( t.t. = tegenwoordige tijd, v.t. = verleden tijd en v.d. = voltooid deelwoord).
Vul op de open plaatsen de juiste letters in ( Alt 137 = ë, alt 138 = è).
Gebruik de hintknop als je er niet uitkomt.

1. Maaroni lusten (v.t.) de grijaard niet.
2. Op Koninginndag bleek de aanrichten (v.d.) schade mee te vallen.
3. De lessen zijn deze week faultatief.
4. Na lang aarzelen aanvaarden (v.t.) hij de nieuwe funtie.
5. Hij kopen(v.t) een nieuw ostuum.
6. Mayonaise worden (t.t.) o.a. maken (v.d.) van olie en aijn.
7. Ik verzenden (t.t.) de catalogs diret.
8.Je beledigen (t.t.) hem als hem een moederkindje noemen (t.t.) .
9. Als ik achien worden (t.t.) , worden(t.t) ik ook aboee.
10.Hij heeft dat nieuwe produt om het plafon te witten al proberen (v.d.) .
11. De caisre heeft de kopin onmieijk verbranden (v.d.) .
12. Er barsten (v.t.) een hevig onweer los waardoor de barbee werd afgelasten (v.d.) .
13. Zijn er nog ander die dezelfde tratatie hebben krijgen (v.d.) ?
14. Het was bergezellig op de aprots.
15. Ik moet even ruggspraak houden met mijn schattbout.