Uitdrukkingen 2

Wat betekenen ze?
Selecteer het juiste antwoord.

1. als een tang op een varken slaan =
2. door de zure appel heenbijten =
3. iets met een korreltje zout nemen =
4. lange tenen hebben =
5. iets op je brood krijgen =
6. honger maakt rauwe bonen zoet =
7. water in de wijn doen =
8. voor een appel en een ei =
9. op staande voet =
10. van iets geen kaas gegeten hebben =
11. iets in de soep laten lopen =
12. je knollen voor citroenen laten verkopen =
13. de zaak is in kannen en kruiken =
14. haar op de tanden hebben =
15. met je handen in het haar zitten =