Oefening voorzetsels

Selecteer het juiste voorzetsel.
Opmerking:
Aan het begin van een zin moet altijd een hoofdletter staan. In dit programma is dat niet altijd mogelijk.

1.Ik ben benieuwd de cijfers.
2. Hij is verantwoordelijk de organisatie.
3. Zij verwachtte veel het feest.
4. Ik moest hem herinneren de afspraak.
5. Ik kom maar niet toe eens even lekker luieren.
6. Nederland komt met een sterk elftal.
7. Hij wilde niet ingaan mijn voorstel.
8. Ik ga maar af wat de dokter zegt.
9. Ik ging helemaal op het taalspelletje.
10.Hij zit helemaal in de knoop zichzelf.
11.Hij was erg de indruk de goede sfeer in het team.
12.Hij kwam niet die plaats in het elftal aanmerking.
13.Hij speelde de eerste wedstrijd aanwezigheid zijn hele familie
14.De veroordeelde had geen motief verklaring zijn daad.
15. overeenstemming onze afspraak was hij er om tien uur.
16. tegenstelling wat hij eerder beweerde, kwam hij toch naar de voorstelling.
17.De avond werd georganiseerd medewerking een paar leraren.
18. grond zijn prestaties op school werd hij aangenomen.
19. aanschouwen een groot publiek mislukte zijn poging.
20.Veel jongeren zijn bewust of onbewust de ban de reclame.
21. monde de wethouder werd het nieuws bekend gemaakt.
22. nagedachtenis de overleden collega's hielden zij een minuut stilte.
23.Je doet dat meestal combinatie een ander vak.
24. initiatief een paar leerlingen werd een groot feest georganiseerd.
25. auspiciën het gemeentebestuur werd die actie ondernomen.