Schrijf de werkwoorden in de juiste vorm.
t.t. = tegenwoordige tijd; v.t. = verleden tijd
OD = onvoltooid deelwoord; VD = voltooid deelwoord

1.Ik heb de proefwerken nog niet corrigeren (VD).
2.De stranden (VD) olietanker bevinden (t.t.) zich bij de kust van Texel.
3.Er werd een verkeerd signalement verspreiden (VD) van de zoeken (VD) misdadiger.
4.Hij hoesten (v.t.) en proesten (v.t.) doordat hij zich verslikken (v.t.) .
5.Hij vermoeden (t.t.) dat het niet worden (t.t.) vergoeden (VD) .
6.De veehouder melden (v.t.) een toenemen (VD) tekort aan opslagruimte voor mest.
7.De gemeente realiseren (t.t) zich nauwelijks wat voor een overlast door het feest worden (t.t.) veroorzaken (VD) .
8.De uitwisseling worden (t.t.) gedeeltelijk betalen (VD) door de Europese Unie.
9.De verbouwen (VD) kantine worden (t.t.) vandaag heropenen (VD) .
10 Hij had zijn glas net volschenken (VD) , toen de pauze was aflopen(VD) .
11.Schneider stichten (v.t.) verwarring in de achterhoede van de tegenstander.
12.De opnieuw bekleden (VD) bank worden (t.t.) morgen afleveren (VD) .
13.Nederland vergroten (v.t.) met die goal zijn voorsprong op zijn verbazen (VD) tegenstander.
14.Lachen (OD) kijken (v.t.) de coach naar het publiek.
15.Zo worden (v.t.) de zo wensen (VD) kwalificatie toch nog een feit.
16.De spelers wensen (v,t.) echter niet met de pers te praten.
17.Het publiek juichen (v.t.) de bekritiseren (VD) spelers toe.
18.De kaartjes voor Duitsland kunnen worden bestellen (VD) .
19.De verkleden (VD) tegenstanders gaan (v.t.) teleurstellen (VD) naar huis.
20.Hopelijk worden (t.t) het daar een mooi toernooi.