Noteer het nummer van de fout:
1. Foutieve herhaling 2. Tautologie 3. Pleonasme 4. Contaminatie 5. Dubbele ontkenning 6. Onjuist verwijswoord 7. Slordig verwijswoord 8. Geen congruentie 9. Symmetrie 10. Dat/als-constructie 11.Weglating/Foutieve samentrekking 12. Onjuiste beknopte bijzin

1. Aan die opmerking van jou heb ik niets aan.
2. Je moet voorkomen dat je niet nog een onvoldoende haalt.
3. De beurskoersen zakken vandaag omlaag.
4. Een aantal leerlingen hebben altijd wel wat te klagen.
5. Na de speler behandeld te hebben, ging de wedstrijd verder.
6. De agent beval ze door te lopen en dat ze de rijweg vrijmaakten.
7. Over de verkoop van de software kan pas volgende maand reële prognoses worden gegeven.
8. Informatie dat je aanvraagt, krijg je binnen een week thuisgestuurd.
9. Vermoedelijk zullen de mensen die komen waarschijnlijk wel geïnformeerd zijn over het voorval.
10.De politie wil voorkomen dat de zaak niet uit de hand loopt.
11. Ik drink nooit geen melk.
12. De trainer heeft de speler meegedeeld dat hij morgenmiddag vrij is.
13. Harry had al drie tabletten ingenomen, maar nog steeds buikpijn.
14. Dat drugsgebruik van hem moet stoppen, omdat wanneer hij zo doorgaat zijn gezondheid gevaar loopt.
15. Hij had toestemming om daar naar toe te mogen gaan.