Noteer de soort fout: A = verkeerde woordvolgorde, B = ontspoorde zin.
Verbeter de zinnen.
Gebruik de hintknop als je er niet uitkomt

1. Alle leerlingen vulden de cijferlijsten niet goed in.
Soort fout =
Verbeterde zin:
.
2. Hij heeft een e-mail gestuurd en waarin hij vraagt om een offerte voor een reis naar Nepal.
Soort fout =
Verbeterde zin:
Hij heeft e-mail gestuurd .
3. De auto reed tegen een boom waarin twee verdachten zaten.
Soort fout =
Verbeterde zin:
.
4. We gaan naar een nieuwe film in de Verkadefabriek met zijn allen.
Soort fout =
Verbeterde zin:
.
5. Iemand die zoiets doet, dan kun je niet meer op hem bouwen.
Soort fout =
Verbeterde zin:
Iemand die zoiets doet, .
6. Je kan verwachten dat mensen die naar die film gaan- en dat zullen er maar weinig zijn -, die zullen snel de bioscoop verlaten uit verveling.
Soort fout =
Verbeterde zin:
Je kan verwachten dat mensen die naar die film gaan- en dat zullen er maar weinig zijn -, .
7. Alle leerlingen houden niet van Cola en chips.
Soort fout =
Verbeterde zin:
.
8. De meeste bestuurders weten dat ze, in een slip geraakt, moeten ze soepel sturen en pompend moeten remmen.
Soort fout =
Verbeterde zin:
De meeste bestuurders weten dat ze, in een slip geraakt, .