Selecteer het juiste voornaamwoord.

1. Ik was 's ochtends altijd.
2. Hij vergist wel vaker in mijn en dijn.
3. Jij schaamt daarvoor niet?
4. Wij verkleden tijdens de pauze.
5. Zij verveelt tijdens die les.
6. Jullie zullen nog wel bedenken.
7. Zij bemoeien ook overal mee.
8. De leden van de club ergerden aan de besluiteloosheid van het bestuur.
9. Wij laten niet zo gemakkelijk overhalen.
10. Heeft u al voorgesteld?
11. Ik scheer al sinds mijn zestiende.
12. Johan heeft toch nog bedacht.
13. Jullie kunnen nog een week opgeven.
14. Marije heeft dat al eens vaker afgevraagd.
15. U vergist toch niet alweer?