Vervoeg de werkwoorden.

Gebruik de hintknop als je er niet uitkomt.

persoonsvorm in tegenwoordige tijdzullenkunnenmogenwillen
1e persoon enkelvoud (ik)
3e persoon enkelvoud (hij, zij, ze en het)
meervoud (wij, we, jullie, zij en ze)
voltooid deelwoord()
onvoltooid deelwoord
persoonsvorm in de verleden tijd
1e persoon enkelvoud (ik)
3e persoon enkelvoud (hij, zij, ze en het)
meervoud (wij, we, jullie, zij en ze)