Benoem de vetgedrukte woorden.
Lijst van gebruikte afkortingen

zelfstandige werkwoord = z.ww.;hulpwerkwoord = h.ww.;koppelwerkwoord = k.ww.;zelfstandig naamwoord = z.nw.;bijvoeglijk naamwoord = b.nw.;bepaald lidwoord = b.lidw.;onbepaald lidwoord = o.lidw.;bepaald hoofdtelwoord = b.htw.;onbepaald hoofdtelwoord = o.htw.;bepaald rangtelwoord = b.rtw.;onbepaald rangtelwoord = o.rtw.;voorzetsel = vz.;bijwoord = bijw.;voegwoord = vw.;persoonlijk voornaamwoord = p.vnw.;bezittelijk voornaamwoord = bz.vnw.;wederkerend voornaamwoord = wd.vnw.;wederkerig voornaamwoord = wg.vnw.;aanwijzend voornaamwoord = a.vnw.;vragend voornaamwoord = v.vnw.;betrekkelijk voornaamwoord = b.vnw.;betrekkelijk voornaamwoord met ingesloten antecedent = b.vnw. +;onbepaald voornaamwoord = o.vnw.

1. Men vraagt zich af hoeveel talen er nu eigenlijk worden gesproken
2. Dat het lang blijft sneeuwen, lijkt mij niet zo waarschijnlijk.
3. Wie de oplossing weet , kan spoedig een prijs verwachten .
4. Het meisje dat haar been had gebroken, werd per banaan afgevoerd.
5. Hoewel hij hard werkte, bleef hij de hele week opgewekt .
6. De rechtbank kon niet ontdekken wie de dader was .
7. Of je mag blijven logeren is nog onzeker .
8. Eén moet de eerste zijn.
9. In welke winkel heb je die aanbieding gezien?
10. Jullie hebben elkaar niets te verwijten.
11. Het werken in de kassen viel hem niet mee.
12. Heb jij WhatsApp aan terwijl je je huiswerk maakt?
13. Ik word doodziek van je .
14. Wij gaan dit jaar naar Tenerife .