Selecteer de juiste afkorting: voorzetsel = vz, bijwoord = bijw of voegwoord = vw

1. Gisteren zagen we op de televisie een erg uitgebreide reportage.
2. Plotseling was het zeer mistig geworden.
3. Ga je mee vanavond of niet ?
4. Je mag hier op de rijbaan lopen.
5. Vanochtend begon het plotseling te stormen.
6. Vandaag krijgen we ijs en vruchten toe.
7. Hoewel het regende zijn we naar Den Bosch gefietst.
8. De wedstrijd ging niet door omdat de omstandigheden slecht waren.
9. Wegens de staking kon hij niet op tijd zijn.
10.Morgen komt hij op bezoek.
11. Hij zwemt de honderd meter niet zo snel .
12 Hier zullen we het vandaag bij laten.