Opdracht metrum
Wat is het metrum in de volgende rijmpjes/gedichten?

1. Op een made

Dit weekend ging een groepje maden
in Scheveningen pootje baden ....

Kees Stip





2. Sint heeft heel lang lopen denken wat hij Marian zou schenken.



3. Had hij Holland dan gedragen,
Onder 't hart,
Tot zijn afgeleefde dagen,
Met veel smart,

Vondel



4. Aan de voet van die prachtige Wester
heb ik vaak in gedachten gestaan..





5. Dubbele dactylus? Keuze in overvloed Egalisatiefonds Is er al een.

Drs. P



6. Goede Dood wiens zuiver pijpen
Door 't verstilde leven boort

Boutens



7. Denkend aan Holland zie'k brede rivieren
traag door oneindig laagland gaan ...

Hendrik Marsman





8. KINDER-LYCK.

1. Constantijnt je, ’t zaligh kijntje
Cherubijnt je, van om hoogh,
D’ydelheden, hier beneden,
Vitlacht met een lodderoogh.
5. Moeder, zeit hy, waarom schreit ghy?
Waarom greit ghy, op mijn lijck?
Boven leef ick, boven zweef ick,
Engeltje van ’t hemelrijck:
En ick blinck’ er, en ick drincker
10. ’t Geen de schincker alles goets
Schenckt de zielen, die daar krielen,
Dertel van veel overvloets.
Leer dan reizen met gepeizen
Naar pallaizen, uit het slick
15.Dezer werrelt, die zoo dwerrelt.
Eeuwigh gaat voor oogenblick.

Joost van den Vondel
(1587-1679)