Oefening werkwoordsvormen tegenwoordige tijd *


Vul de juiste vorm van het werkwoord in.
Gebruik de hintknop als je er niet uitkomt.

werkwoordik-vormhij/zij/het-vormmeervoud
voorbeeld: bewegenbeweegbeweegtbewegen
1. gooien
2. roepen
3. verplaatsen
4. zoeken
5. zullen
6. blijven
7. mailen
8. vertrekken
9. koppen
10. mogen
11. leren
12. worden
13. racen
14. vertrouwen
15. rijden