Welk woord moet je hier invullen?

1. Als je je huiswerk doet, hou je veel tijd over voor andere dingen.
2. En als je je huiswerk niet gemaakt heb, moet je geen gebruiken tegen je leraar.
3. Je loopt dan de kans dat het schooljaar een wordt.
4. Hij was een tijdje ziek en tenslotte werd een longontsteking hem .
5. De Australian Open eindigde dit jaar voor Serena Williams in een .
6. Heel vaak vormen de gymnasiumleerlingen van nu de van straks.
7. Als de politiek niets doet, zal het conflict en kunnen er slachtoffers vallen.
8. Wanneer iemand de neiging heeft zich aan alles te onttrekken spreekt men van .
9. Het is dat een overheid de schaarse middelen zo goed mogelijk moet gebruiken.
10. De supermarktketen is van plan om binnen drie jaar te naar 50 vestigingen in de Verenigde Staten.
11. Ik zorg er altijd voor dat mijn gegevens ook worden opgeslagen.
12. Bij ons in de familie hebben we allemaal een nogal bouw.