Selecteer de juiste voorzetsels.

1. Als dat gebeurt, kan je aanspraak maken een schadeloosstelling.
2. Jij bent aansprakelijk de eventuele schade.
3. Zonder begrip de theorie kom je er niet.
4. Hij heeft weinig begrip zijn handelen.
5. De gezakte leerling berustte zijn lot.
6. Het recht om daarover te beslissen berust de minister.
7. Zijn conclusie berust een uitvoerig onderzoek.
8. Hij was ook betrokken die zaak.
9. Dat heeft betrekking een ander voorval.
10. Zij was niet betrokken die actie.
11. De vooruitzichten met betrekking zijn gezondheid zijn nu zeker goed.
12. Zij bezweek telkens weer die verleiding.
13. Hij bezweek tenslotte toch de gevolgen van de aanslag.
14. De vloer bezweek uiteindelijk die zware last.
15. Hij mocht ook delen de vreugde.
16. Zij hadden geen deel dat misdrijf.
17. Zijn aandeel het werk was maar gering.
18. Zij lijdt al jaren die ziekte.
19. Zijn ouders lijden erg het verlies van hun hond.
20. Hij ging maar snel over een ander onderwerp.
21. We zullen moeten overgaan het gebruik van een beter bestrijdingsmiddel.
22. Je moet je in de brief richten de burgermeester.
23. Je moet de e-mail je leraar wel direct schrijven.
24. Hij is altijd sterk gericht de toekomst.