Vergeten werkwoorden
Vul de juiste vorm van het werkwoord in.
t.t. = tegenwoordige tijd; v.t. = verleden tijd; VD = voltooid deelwoord

1. Mijn broer (degusteren) (t.t.) de wijn wel even.
2. Als je mij het niet vertelt, zorg ik er wel voor dat dat je (bezuren) (t.t.).
3. Ga wat doen, je hebt nu wel genoeg (slabakken) (V.D.).
4. Dat zal wel in een achterkamertje zijn (verhapstukken) (V.D.).
5. Nadal (frunniken) (v.t) bij elke service aan zijn kleding en haar.
6. Die grapjas (bedotten) (t.t) je altijd.
7. Als hij moest beslissen, (dreutelen) (v.t) hij altijd.
8. Fred heeft de oude Peugeot weer prachtig opkalefateren (V.D.).
9. Hij heeft tijdens zijn studententijd veel (pierewaaien) (V.D.).
10. De portier (bejegen) (t.t.) alle bezoekers met veel respect.
11. Hij (chicaneren) (t.t.)al snel over de kwaliteit van het eten.
12. Het is niet duidelijk wat hij hier deed, hij (zwalken) (v.t.) maar wat rond.