Welk woord in de zin is een voegwoord?
Gebruik de hintknop als je er niet uitkomt.

1. Nadat we lekker hadden geluncht, vervolgden we onze wandeling.
2. Het is al fris buiten en straks gaat het ook nog regenen.
3. Als je in de trein zit, kun je mooi je proefwerk leren.
4. Nu zij 12 kilo lichter is, ziet ze er veel leuker uit.
5. Hij wilde haar net gaan bellen, toen Carla het café binnen kwam.
6. Ze voelt zich veel beter, sinds ze dat nieuwe medicijn gebruikt.
7. Zij wil graag optreden, ofschoon zij gespeend is van elk talent.
8. Hoewel de club veel nieuwe spelers had gekocht, vielen de resultaten erg tegen.
9. Het is fijn dat de raad het besluit eindelijk heeft genomen.
10. Of Verstappen morgen start van poleposition, weet ik niet.
11. In sommige sporten is de poleposition geen vaste plaats, maar mag de winnaar van de kwalificaties zelf de beste startplaats uitzoeken.
12. Brugklassers komen meestal met de fiets, tenzij het erg slecht weer is.